1. Je bent gemakkelijk van slag door prikkels zoals chaos (bijvoorbeeld tijdens een feest wanneer er veel gebeurt), pijn, kritiek, veranderingen, geweld, luide geluiden (zoals sirenes), felle lichten, sterke geuren (bijvoorbeeld van sigaretten) en smaken (zoals koffie). Misschien vermijd je deze prikkels.
2. Je doet je best om aardig gevonden te worden.
3. Je hebt veel tijd nodig om bij te komen van indrukken (je houdt er dan van om alleen te zijn).
4. Je vindt het moeilijk om je grenzen te bepalen en te stellen.
5. Je voelt je te verantwoordelijk; je verliest jezelf in anderen en je cijfert jezelf weg.
6. Je vindt het moeilijk om je eigen energie (zoals je eigen emoties en gedachten en wensen) te ervaren.
7. Je vindt het moeilijk om jezelf af te schermen en je neemt andermans energie over. Misschien neem je andermans stemming/emoties waar en neem je die over. Je bent een beetje zoals een kameleon.
8. Je bent bang om fouten te maken.
10. Je hebt last van stress.
11. Je worstelt met verlegenheid.
12. Je hebt stemmingswisselingen.
13. Je bent gevoelig voor verslaving of depressie.
14. Je bent snel moe en 'leeg'.
15. Je voelt je onbegrepen en je trekt je terug.
16. Je houdt er niet van als je op je vingers wordt gekeken. Misschien word je er zenuwachtig van.