Trauma

Een trauma houdt in dat iemand door een specifieke gebeurtenis fysiek, emotioneel en/of mentaal zo geraakt wordt, dat er een wond ontstaat. Dit kan zich fysiek uiten (bijvoorbeeld als iemand een gebroken arm heeft), maar ook psychisch. Iemand kan bijvoorbeeld door indrukken emotioneel en mentaal zo overrompeld worden en deze prikkels niet goed verwerken/hier (onbewust) niet goed mee omgaan en niet meer optimaal functioneren.

Een trauma kan ontstaan door wat mensen vaak ‘ingrijpende gebeurtenissen’ noemen zoals een ongeluk, oorlog of verkrachting. Een trauma kan echter ook ontstaan door wat anderen vaak ‘minder ingrijpende gebeurtenissen’ vinden, zoals doordat iemand schrikt. Zo kunnen sommige mensen getraumatiseerd raken door een hondenbeet of een relatie die overgaat en andere niet.

Wat precies traumatisch is, varieert van persoon tot persoon. Hiermee hangt samen of en in hoeverre iemand in balans is. Iemand die in balans is, zal makkelijker met gebeurtenissen kunnen omgaan, dan iemand die fysiek, emotioneel en/of mentaal uit balans is. Sommige mensen zijn van nature kwetsbaarder ten opzichte van anderen om trauma’s te ervaren. Denk maar aan mensen met een ziekte, baby’s of HSP die hun hooggevoeligheid nog niet goed beheersen. HSP staan namelijk (onbewust) extra open voor indrukken en prikkels en kunnen deze als zeer intens ervaren.

Trauma symptomen

Het dagelijks leven kan er vanwege een trauma soms ernstig onder lijden, dit is bijvoorbeeld bij PTSS het geval en wordt soms een psychische stoornis genoemd. Iemand kan hierdoor bijvoorbeeld continue vluchten voor prikkels; denk maar aan mensen die een ‘muur’ om zichzelf heen bouwen of situaties vermijden.

Een trauma kan zich op allerlei vlakken uiten. Iemand kan bijvoorbeeld:

  • Slaapproblemen hebben
  • Minder energie hebben, vermoeid zijn
  • Een ‘vol’ hoofd hebben
  • Hoofdpijn hebben
  • Lichamelijke of emotionele spanning ervaren, bijvoorbeeld in schouders of spieren
  • Alert zijn
  • Last hebben van angst, schrikkerig zijn
  • Ongeloof ervaren
  • Een kort lontje hebben, prikkelbaar zijn, boos zijn
  • Stemmingswisselingen hebben
  • Verdrietig zijn
  • Bezorgd zijn over de toekomst
  • Schuldgevoelens hebben
  • Schaamtegevoelens hebben
  • Een slechte concentratie hebben
  • Merken dat niets ‘echt’ binnenkomt wat er tegen je gezegd wordt
  • Piekeren
  • Situaties fysiek, emotioneel en/of mentaal herbeleven, bijvoorbeeld door nachtmerries
  • ‘Niets’ meer voelen

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *